Angina pectoris

Samenvatting

Angina pectoris (AP) of coronairinsufficiëntie ontstaat door myocardischemie als gevolg van disbalans tussen zuurstofaanbod en zuurstofvraag. AP is een van de vormen van ischemische hartziekten. De behandeling is medicamenteus (bètablokkers, ACE-remmers, antistollingsbehandeling en trombolytica), maar vooral gericht op snelle revascularisatie in de vorm van percutane coronaire interventie (PCI) (percutane transluminale coronaire angioplastiek = PTCA, ofwel de dottermethode met al dan niet plaatsen van een stent) en aortocoronaire bypassoperaties (CABG; coronary artery bypass grafting).

De primaire preventie speelt een belangrijke rol, zoals stoppen met roken, gezondere voeding, meer lichaamsbeweging en het verminderen van overgewicht.

De diagnostiek en de daaraan gerelateerde revascularisatietechnieken van ischemische hartziekten is sterk verbeterd. De re-integratie is gericht op (volledige) werkhervatting gebaseerd op het in kaart brengen van het belasting/belastbaarheidsprofiel gerelateerd aan medische en niet-medische aspecten.

Algemeen

  • CAS-code: C610 – angina pectoris

  • ICD-10-code: 120 – angina pectoris

Angina pectoris wordt onderscheiden in een stabiele en een instabiele vorm. Instabiele AP is een vorm van AP die in korte tijd in ernst progressieve klachten vertoont. De instabiele AP en het acute myocardinfarct (AMI) worden, als uiting van acute myocardischemie, samen het acute coronair syndroom (ACS) genoemd. Dit syndroom heeft progressieve of acute pijn of beklemmend gevoel op de borst als belangrijkste symptoom. Voor de diagnostiek en behandeling van het ACS wordt verwezen naar het lemma Myocardinfarct.

1. Diagnose en behandeling

1.1. Definitie 1-3

Angina pectoris of coronairinsufficiëntie ontstaat door ischemie van het myocard als gevolg van disbalans tussen zuurstofaanbod en zuurstofvraag in de kransslagaderen gepaard gaande met een beklemmende of drukkende pijn op de borst.

Stabiele angina pectoris is een vorm van AP met voorspelbare klachten bij inspanning, emoties en blootstelling aan koude door reversibele ischemie van het myocard. De klachten verdwijnen binnen 15 minuten na het elimineren van de uitlokkende factor of binnen enkele minuten na toedienen van nitraat onder de tong.

Instabiele angina pectoris wordt gezien als een vorm van AP die in korte tijd in ernst progressieve klachten vertoont; hieronder vallen:

  • AP in rust;

  • AP die optreedt binnen 2 weken na een hartinfarct of na een percutane coronaire interventie (PCI);

  • een recent ontstane AP (<2 maanden) die ernstig is (klachten bij normale dagelijkse activiteiten) of frequent optreedt (>3 episodes per dag);

  • AP waarbij de klachten duidelijker vaker ernstiger, langduriger of bij minder inspanning optreden dan voorheen, wat ernst betreft toenemend is van klasse I naar ten minste klasse III (NYHA-classificatie).

De ernst van AP-klachten wordt ingedeeld in vier klassen volgens de New York Heart Association (NYHA).

Klasse I: geen of sporadisch klachten;

Klasse II: alleen klachten bij zware lichamelijk inspanning;

Klasse III: klachten bij geringe inspanning;

Klasse IV: klachten in rust.

1.2. Diagnostiek 1-5

Anamnese

Klachten:

  • De klachten zijn typerend: beklemmende of drukkende pijn op de borst (locatie meestal midsternaal), en ontstaan door lichamelijke inspanning, overgang van warmte naar koude, tegenwind, emoties en na een maaltijd.

  • De pijn straalt uit naar veelal de linkerarm (voorkeurslokalisatie), hals en kaken resp. de epigastrio.

  • De klachten verminderen vrij snel enkele minuten na het staken van inspanning of na gebruik van nitroglycerine sublinguaal.

Voorgeschiedenis:

  • Hypertensie, diabetes mellitus type I of II, hypercholesterolemie enzovoort (zie Risicofactoren).

Risicofactoren

  • Berucht voor een grote kans op coronairlijden is het ‘deadly quartet’: hypertensie, diabetes mellitus, roken en hypercholesterolemie.

  • De arts stelt een risicoprofiel van hart- en vaatziekten op van de patiënt; de definities, handelswijze en richtlijnen hiervoor staan in de NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement. 6

Lichamelijk onderzoek

  • Auscultatie van het hart: souffle, pericardiaal wrijven, hartritmestoornis.

  • Auscultatie van de longen: pleuraalwrijven, crepitaties.

  • Bloeddruk en polsfrequentie.

  • Algemeen: xanthomen, xanthelasmata, arcus lipoides.

Met anamnese en lichamelijk onderzoek kan een goede inschatting gegeven worden van de aanwezigheid van coronaire hartziekte en de ernst daarvan.

De diagnose reversibele myocardischemie (AP) wordt gesteld bij aanwezigheid van drie symptomen:

  1. retrosternale klachten;

  2. optredend bij inspanning, koude, emoties;

  3. verdwijnen van de klachten in rust en na sublinguale nitraten (binnen 5-10 minuten).

Bij een incompleet beeld spreken we van atypische klachten (twee symptomen) of niet-angineuze pijn (een of geen symptoom).

Aanvullend onderzoek 5

  • Vaststellen van myocardischemie: rust-ECG, inspannings-ECG, stressechocardiografie: typerend is de ST-depressie (DD ST-elevatie bij myocardinfarct).

  • Vaststellen van stenose van de coronairvaten door middel van coronairangiografie en/of hartscintigrafie (thalliumscan).

  • Ritmestoornissen: rust-ECG, holter-ECG (24-uurs ambulante ECG).

Differentiaaldiagnose

  • Cardiovasculair: aortadissectie, pericarditis, tachycardie.

  • Pulmonaal: pleuritis, pneumothorax, longembolie.

  • Intercostaal myalgie.

  • Intercostaal neuralgie (herpes zoster, diabetes neuropathie).

  • Thoracale kraakbeen- en botklachten (syndroom van Tietze).

  • Bovenbuikklachten: hiatus hernia/reflux oesofagitis enzovoort.

  • Aspecifieke klachten: hyperventilatie, paniekstoornissen.

1.3. Behandelplan 1,7,8

Het behandelplan van AP omvat medicamenteuze behandeling respectievelijk revascularisatie van de coronairstenosen. Tevens worden preventieve adviezen gegeven om de risicofactoren te attaqueren.

Medische behandeling

Deze bestaat uit een medicamenteuze behandeling en niet-medicamenteuze behandeling.

Medicamenteuze behandeling

De primaire behandeling van AP is medicamenteus, en deze valt te verdelen in:

  • aanvalsbehandeling: nitraten (sublinguale nitroglycerinederivaten);

  • onderhoudsbehandeling: bètablokkers, nitraten en calciumantagonisten;

  • behandeling gericht op secundaire preventie van hart- en vaatziekten (hypertensie, hypercholesterolemie, diabetes mellitus, enz.) zoals bètablokkers/calciumantagonisten, trombocytenaggregatieremmers, cholesterolsyntheseremmers.

Niet-medicamenteuze behandeling

De niet-medicamenteuze behandeling is gericht op revascularisatie met percutane coronaire interventie (PCI) al dan niet in combinatie van het plaatsen van een stent en/of CABG. De indicatie hiervoor is indien behandeling van AP medicamenteus niet of bijna niet mogelijk is bij patiënten met een (aangetoond) 1- of 2-takslijden. Bij een 3-takslijden of een stamstenose verdient CABG de voorkeur.

Niet-medicamenteuze adviezen

De patiënt kan zelf zijn prognose verbeteren en zijn inspanningstolerantie vergroten. De arts geeft in voorkomende gevallen onder andere de volgende adviezen: 6

  • stoppen met roken;

  • voldoende bewegen: de norm is 3 tot 5 keer per week een half uur actief zijn met een redelijke intensiteit (70% van de maximale hartfrequentie, zoals stevig wandelen, fietsen, zwemmen of joggen);

  • goede voeding met dieetvoorschriften;

  • bij een BMI > 25, afvallen.

Hartrevalidatie 9

Bij AP is aangetoond dat hartrevalidatie een verbetering van de inspanningscapaciteit en een afname van symptomen van ischemie geeft. Ook is er een gunstig effect gevonden op atherosclerose met een afname van de progressie en een toename van de regressie in de groep die hartrevalidatie onderging.

1.4. Prognose medisch herstel 1,7,8

De prognose van ischemische hartziekten is voor de individuele patiënt met coronairziekte moeilijk vast te stellen. Het beloop van het ischemisch hartlijden kan zeer grillig zijn en is mede afhankelijk van de leeftijd van de patiënt en de aanwezigheid van de andere eerder genoemde risicofactoren. Om bij een individuele patiënt een uitspraak te kunnen doen over de prognose is het op zijn minst noodzakelijk de progressie van coronairlijden te kunnen beoordelen aan de hand van verschillende angiogrammen.

Door verbeterde behandelingen en behandeltechnieken gericht op een snelle revascularisatie is de prognose sterk verbeterd.

1.5. Belemmeringen medisch herstel 1,7,8

Comorbiditeit

Vertraagd herstel door:

  • andere uitingen van hartvaatziekten: perifeer en centraal arterieel vaatlijden, overige cardiaal lijden, hypertensie, CVA/TIA, aneurysma aortae;

  • diabetes mellitus;

  • COPD;

  • astma;

  • allergie voor acetylsalicylzuur;

  • depressie;

  • angststoornissen.

Complicaties

Vertraagd herstel door:

  • hartritmestoornissen;

  • CVA.

Leefstijl

Vertraagd herstel door:

  • roken;

  • adipositas;

  • inactiviteit;

  • stressvol leven.

2. Re-integratie 1,7,8

2.1. Diagnostiek arbeidsmogelijkheid

De bedrijfsarts neemt de arbeidsanamnese af en laat zo nodig een werkplekonderzoek uitvoeren. De bedrijfsarts baseert zich op eigen onderzoek en op de bevindingen van cardioloog, huisarts (en eventueel het hartrevalidatieteam). De bedrijfsarts heeft in de arbeidsanamnese aandacht voor de medische en niet-medische aspecten van de aandoening en aandacht voor werkfactoren die van invloed kunnen zijn op de re-integratiemogelijkheden.

De bedrijfsarts maakt een multifactoriële probleemanalyse op basis van de volgende vragen:

  • Wat is de cardiale belastbaarheid (beperkingen in relatie tot de functie)?

  • Welke knelpunten zijn er te verwachten bij de re-integratie?

    • (potentiële) objectieve vermindering van het inspanningsvermogen in verhouding tot de behoefte in het dagelijks leven (d.i. werk, huishoudelijke activiteit, vrijetijdsbesteding); en in hoeverre is er sprake van andere (dynamische) beperkingen die het functioneren bedreigen?

    • subjectieve vermindering van het inspanningsvermogen veroorzaakt door angst voor lichamelijke inspanning (incl. seksuele inspanning) of een hoge invaliditeitsbeleving?

    • verstoring/bedreiging van het emotioneel evenwicht en de functionele manier van omgaan met de hartziekte? ((potentiële) discrepantie in huidig en gewenst/haalbaar psychisch functioneren?)

    • beïnvloedbaar risicogedrag (roken, voedingspatroon, overgewicht, afwijkende lipidenwaarden, lichamelijke inactiviteit, therapieontrouw)?

    • verstoring/bedreiging van het sociaal functioneren (prognose hervatting van de sociale rollen (werk-/taakhervatting, vrijetijdsbesteding, rol in het gezin/directe relaties); wat is de kwaliteit en de ‘kwantiteit’ van het sociale netwerk?

    • wat is de psychosociale toestand en de copingstrategie?

De belastbaarheid resp. re-integratiemogelijkheden en werkhervatting bij AP worden bepaald aan de hand van twee hoofdaspecten:

  • niet-medische aspecten;

  • medische aspecten.

Niet-medische aspecten

De niet-medische factoren spelen een veel grotere rol bij re-integratie van hartpatiënten dan de medische factoren. Uit onderzoek blijkt dat 65% van de ondervraagde hartpatiënten om redenen van niet-medische aard aangeven waarom zij niet meer aan het werk waren gegaan (denk aan de emotionele verwerking en belasting, stress en psychologische factoren). In een vroeg stadium wordt een inventarisatie van angsten, vooroordelen en werkstressoren, eventuele problemen bij de verwerking van het hartlijden gemaakt teneinde de re-integratie beter te kunnen reguleren en te stimuleren.

Medische aspecten

De bedrijfsarts dient om de belastbaarheid in kaart te brengen informatie te hebben over de cardiale belastbaarheid samenhangend met het voorkomen van ischemie (in welke mate, welke vorm, bij welk inspanningsniveau); in bepaalde gevallen ook over de pompfunctie van linkerventrikel, het voorkomen van ritmestoornissen, enzovoort. Het klachtenpatroon van de patiënt en de ernst van de AP worden geëvalueerd ter bepaling van de NYHA-klasse. De fysieke belastbaarheid wordt geobjectiveerd door middel van een inspanningstest. Indien een inspannings-ECG niet eenduidig is over myocardischemie en de belasting van het hart, kan overwogen worden het onderzoek aan te vullen met hartscintigrafie met of zonder inspannings-ECG.

Werkfactoren
  • Arbeidsinhoud (de fysieke en mentale belasting);

  • arbeidsomgeving of -omstandigheden;

  • arbeidsvoorwaarden (o.a. voldoende regelmogelijkheden, vermijden van stressvolle situaties in het begin).

Arbeidsomstandigheden die cardiovasculair belastend kunnen zijn (zie ook lemma Myocardinfarct), zijn: 7,9

  • psychosociale invloeden:

    • ploegendienst,

    • onregelmatige zwaar werk,

    • overwerk,

    • werkdruk en -stress;

  • fysieke invloeden:

    • temperatuursveranderingen: kou/hitte,

    • lawaai,

    • vibratie;

  • chemische invloeden:

    • blootstelling aan chemische stoffen zoals CO, oplosmiddelen.

2.2. Functionele mogelijkheden

De bedrijfsarts maakt een belastbaarheid/belastingprofiel op basis van de Functie Mogelijkheden Lijst (FML), de bevindingen van cardioloog en van eigen onderzoek. Functionele mogelijkheden worden bepaald door de cardiale en de psychosociale/emotionele belastbaarheid.

Van de zes rubrieken waaruit de Functionele Mogelijkheden Lijst bestaat, zijn de te verwachten beperkingen voor werknemers met epicondylitis lateralis of medialis te vinden in de rubrieken I (persoonlijk functioneren), II (sociaal functioneren), III (aanpassing aan fysieke omgevingseisen), IV (dynamische handelingen) en V (statische houdingen).

FML-itemRubriek
(Hoog) handelingstempo (in het dagelijks leven) I-7
Overige beperkingen in het persoonlijk functioneren I-8
   
Omgaan met conflicten II-8
   
Hitte III-1
Koude III-2
Stof, rook, gassen en dampen III-6
Geluidsbelasting III-7
Trillingsbelasting III-8
Beperkingen van fysieke aanpassingsmogelijkheden: temperatuursveranderingen III-9
   
Reiken IV-8
Buigen IV-10
Torderen IV-12
Duwen of trekken IV-13
Tillen of dragen IV-14
Lopen IV-18
Trappenlopen IV-20
Klimmen IV-21
Knielen of hurken IV-22
   
Geknield of gehurkt actief zijn V-5
Gebogen en/of getordeerd actief zijn V-6

2.3. Re-integratieplan 1,7,8

Het re-integratieplan is gebaseerd op de cardiale en de psychosociale/emotionele belastbaarheid, in kaart gebracht aan de hand van de Functie Mogelijkheden Lijst.

De bedrijfsarts maakt een multifactoriële probleemanalyse; de leidinggevende zet dit om in een praktisch plan van aanpak. Het plan van aanpak wordt regelmatig (in het begin wekelijks) geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Zo nodig initieert de bedrijfsarts aanpassingen in het werk en werkomstandigheden of in de werktijden. Bij de herstart is er aandacht voor eventuele knelpunten; samen met de leidinggevende wordt gewerkt aan een praktische oplossing hiervan.

Afhankelijk van functie en belastbaarheid wordt een tijdcontingente werkhervatting met als einddoel van de re-integratie volledige werkhervatting in eigen werk.

Algemene adviezen

  • De cardiale belastbaarheid wordt afgestemd met de curatieve sector.

  • Het werk wordt tijdcontingent maar ook procescontingent opgebouwd; naast de medische vooral aandacht voor de niet-medische factoren.

  • Provocerende factoren en omstandigheden worden vermeden.

Persoonsgerichte adviezen

Het bespreekbaar maken en werken aan de risicofactoren. Eventueel wordt het volgen van een revalidatieprogramma ter verhoging van de fysieke conditie en verbetering van de coping overwogen.

Werkgerichte adviezen

Arbeidsomstandigheden die een cardiovasculaire belasting kunnen geven, zijn in paragraaf 2.1 besproken. Zie ook lemma Myocardinfarct.

Werkgerichte adviezen worden afgestemd op drie fasen:

  1. inventarisatie;

  2. interventie en begeleiding;

  3. consolidering en afronding.

Inventarisatie

De eerste fase begint met het eerste contact tussen bedrijfsarts en cliënt. Informatie wordt verzameld over medische en niet-medische factoren. De bedrijfsarts vormt zich een beeld van:

  • de objectieve belastbaarheid;

  • de psychosociale aspecten: subjectieve beleving, manier van omgaan met de hartziekte: het emotionele evenwicht, het sociaal functioneren, het sociale netwerk;

  • de risicofactoren.

Deze fase wordt afgesloten met een re-integratieprognose.

Aandachtspunten:

  • Bij een grote discrepantie tussen objectieve belastbaarheid en subjectieve beleving respectievelijk psychosociale problemen kan een snelle interventie in de vorm van een multidisciplinaire aanpaksamen met hartrevalidatie bevorderlijk zijn voor de re-integratie.
    Aan de risicofactoren dient, samen met de patiënt en de omgeving, separaat aandacht te worden besteed. Het wijzigen van leefstijlfactoren blijkt velen toch moeilijk te vallen.

  • Aandacht voor werkgerelateerde stress kan nodig zijn, namelijk:

    • hoge werkdruk met weinig autonomie;

    • onbalans tussen eisen van het werk en de beloning in de werksituatie;

    • te grote betrokkenheid bij het werk;

    • moeizame onderlinge sociale verhoudingen;

    • geringe sociale steun;

    • veiligheidsfuncties: situaties waarin fouten grote gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid van anderen kunnen een risicofactor zijn.

  • Voorlichting door de bedrijfsarts en/of verzekeringsarts over hart- en vaatziekten in relatie tot werkzaamheden blijkt vaak voor zowel cliënt als werkomgeving nodig.

Interventiefase

  • Omvat de voorbereiding op de werkhervatting en het feitelijk weer aan het werk gaan.

  • Op basis van multifactoriële probleemanalyse geeft de bedrijfsarts een advies en deze wordt omgezet in een plan van aanpak.

Consolidering en afronding

  • Werknemer is fysiek, psychologisch en sociaal voldoende hersteld, en keert na een tevoren afgesproken termijn terug naar de voor hem/haar normale plaats in het arbeidsproces en is in staat om deze te behouden.

  • Bij een stagnerende re-integratie wordt opnieuw een multifactoriële analyse gemaakt met aandacht voor de niet-medische factoren en knelpunten. Zo nodig worden aanvullende interventies gedaan.

  • Bij stagnatie van de re-integratie is van belang de beoordeling door UWV mee te wegen. UWV beoordeelt de functionele mogelijkheden op basis van:

    • aard en omvang aandoening;

    • behandeling;

    • belemmeringen medisch herstel;

    • werkhervatting;

    • is er sprake van geen duurzaam benutbare mogelijkheden (GDBM).

  • De cardiale belastbaarheid bij de New York Heart Association (NYHA) klasse I, II en III is dusdanig dat er wel duurzaam benutbare mogelijkheden zijn (= geen GDBM). In het geval van klasse IV (klachten in rust) is er sprake van ernstige cardiale beperkingen dus wel sprake van GDBM (ADL functioneren kan sterk beperkt zijn). Van belang is dat de bedrijfsarts de exacte criteria van GDBM kent.

2.4. Prognose herstel belastbaarheid 1,7,8

Het einddoel van de re-integratie bij AP is volledige werkhervatting in eigen werk; in de meeste gevallen <3 maanden. De prognose van ischemische hartziekten is afhankelijk van het aantal takken van de kransslagaderen dat is aangedaan door vernauwingen, het bestaan van (ernstige) ritmestoornissen (aanhoudende ventriculaire tachycardieen), enzovoort. De adequate aanpak van risicofactoren met roken, gezondere voeding, meer lichaamsbeweging en het verminderen van overgewicht is net zo belangrijk.

2.5. Belemmeringen herstel belastbaarheid werkhervatting 1,7

Werkgebonden belemmeringen

  • Factoren samenhangend met de (fysieke) arbeidsomstandigheden, taakinhoud, organisatie of sociale verhoudingen op het werk.

  • Factoren samenhangend met de (mentale en fysieke) belasting in het werk.

  • Regelmogelijkheden: ontbreken of beperkt (hoge werkdruk, -tempo, deadlines enzovoort).

  • Ontbreken van aangepast werk.

  • Ontbreken van sociale steun, of een te grote druk vanuit de werkomgeving.

Persoonsgebonden belemmeringen

  • Secundaire angst en/of depressie.

  • Coping: ontkenning van de ziekte.

Belemmeringen in de thuissituatie

  • Gezinssituatie: zorg van kinderen, boodschappen doen, huishouden, trappenlopen.

  • Onvoldoende steun als ook overbezorgdheid van thuisfront/familie/vrienden.

  • Belastend woon-werkverkeer (afstand en/of soort vervoer).

Medische belemmeringen

Zie paragraaf 1.5.

3. Epidemiologie 10,11

 ManVrouwTotaal
Incidentie* (per 1000/jaar)* 19,2 17,6 36,8
Prevalentie (per 1000)* 22,2 18,4  
WAO-instroom 2002      
aantal 394 84 478
% totaal 0,9% 0,2% 0,5%
Beroepsziekten 2005**      
aantal     3
% totaal     <0,1%

* Het betreft angina pectoris (exclusief MI, hoge bloeddruk, hartritmestoornissen, enzovoort).

** Betreft ischemische hartaandoeningen (exclusief hoge bloeddruk, hartritmestoornissen).

In de jaren 2002 t/m 2004 werden jaarlijks 9 beroepsziektemeldingen gemaakt van ischemische hartaandoeningen. Bij de meldingen van beroepsziekten van hypertensie, hartritmestoornis en ischemische hartziekten zijn de volgende oorzaken genoemd: werkdruk (13, in 2004: 9), problemen in de intermenselijke sfeer (2, in 2004: 8), reorganisatie (2, in 2004: 4), fysieke belasting (2, in 2004: 2) en overige psychomentale factoren (1, in 2004: 3). 11

4. Verwijzen en samenwerken 1,7

4.1. Algemene indicaties voor verwijzing en overleg

Verwijzing van huisarts naar bedrijfsarts bij aanwijzingen voor werkgerelateerde factoren (positief antwoord op twee vragen: Denkt u dat de klachten te maken hebben met het werk? en: Verergeren de klachten op het werk?).

Overleg tussen behandelaar en bedrijfsarts is geïndiceerd bij tegenstrijdige adviezen van behandelaar en bedrijfsarts. In alle gevallen moet vermeden worden dat de patiënt tegenstrijdige adviezen krijgt en is afstemming tussen de specialisten gewenst.

4.2. Specifieke verwijsindicaties

Afstemming met de cardioloog over cardiale belastbaarheid is belangrijk. Naast het opvragen van de standaardgegevens aan de cardioloog over de fietsproef, behandeling enzovoort is van belang dat de bedrijfsarts gerichte vragen stelt over de belastbaarheid, de beperkingen en de prognose.

In voorkomende gevallen kan van belang zijn om goede afspraken te maken over de rolverdeling tussen bedrijfsarts en cardioloog ter voorkoming van tegenstrijdige adviezen: de cardioloog behandelt en stuurt medisch bij; de bedrijfsarts is verantwoordelijk voor de re-integratie.

5. Verzuimreferentieduren

De referentiegegevens voor de verzuimduur per lemma zijn gebaseerd op verzuimgegevens van vier arbodiensten van verzuimgevallen die in 2004 of in 2005 zijn beëindigd. Omdat in veel gevallen er pas bij 6 weken verzuim een diagnose door een bedrijfsarts is genoteerd hebben we alleen verzuimgevallen die minimaal 43 dagen duren meegenomen. In totaal waren dit 244.995 gevallen. Waarvan 118090 mannen en 126905 vrouwen. Het aantal vrouwen in onze groep ligt dus iets hoger.

In de grafiek met uitstroomcurven is weergegeven welk deel van de verzuimgevallen het werk hervat binnen een bepaalde periode. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de eerste hervatting (groene lijn), 50% hervatting (blauwe lijn) en volledige werkhervatting (rode lijn). Rond iedere lijn zijn met stippellijntjes (in dezelfde kleur) de onzekerheidsmarges ( 95%-betrouwbaarheidsinterval)  weergegeven.

De tabel met kengetallen geeft het gemiddelde aantal weken tot de werkhervatting weer. Bovendien is het 25e percentiel, de mediaan en het 75e percentiel gegeven. Deze geven respectievelijk aan na hoeveel weken 25% van de werknemers met de betreffende aandoening het werk heeft hervat, 50% het werk heeft hervat en 75% het werk heeft hervat. Er kan een verschil zijn tussen de steekproefomvang (valid N) in de eerste, tweede en derde kolom omdat niet bij alle verzuimgevallen er eerst een gedeeltelijke hervatting heeft plaatsgevonden of de datum daarvan onbekend is.

Als laatste is aangegeven het % tot de totale gevallen

De laatste grafiek geeft de uitstroom per maand weer voor volledige werkhervatting.

Wia instroom

Voor deze tabel zijn data van het UWV gekregen. U ziet het totale aantal beslissingen dat in 2006 en 2007 is genomen in de betreffende categorie.

Algemene gegevens :

Alle diagnoses gezamenlijk

 Aantal weken tot eerste hervattingAantal weken tot 50% hervattingAantal weken verzuim
Gemiddeld 10,94 15,42 24,39
Percentiel 25 1 6 10
Mediaan 6 10 16
Percentiel 75 13 17 27
Valid N 185.778 195.689 244.995

N.B. De verzuimduren hebben betrekking op verzuimgevallen van 43 dagen en langer.

Figuur.

Ruim 50 % van het verzuim langer dan 6 weken herstelt de eerste 4 maanden, 40 % herstelt in de loop van het eerste ziektejaar en ongeveer 10 % herstelt na 1 jaar.

Figuur.

Figuur.

Hoewel een groot deel van de patiënten met AP relatief snel herstelt – en vaak ook al na 6 weken weer gedeeltelijk aan het werk is blijft er een groep langdurig ongeschikt. De groep die de WIA keuring ondergaat krijgt in de meerderheid van de gevallen een uitkering.

Er is een kleine groep met een ernstig (instabiel) beeld.

24 Angina pectoris

  Aantal weken tot eerste hervatting Aantal weken tot 50% hervatting Aantal weken verzuim
Gemiddeld 12,87 18,64 29,75
Percentiel 25 1 7 13
Mediaan 7 13 20
Percentiel 75 16 24 38
Valid N 677 756 977
% totaal 0.40    
   

N.B. De verzuimduren hebben betrekking op verzuimgevallen van 43 dagen en langer.

Mannen 820 vrouwen 157

Diagnose C610 Angina pectoris

omschrijvingaantal 2006Totaal 2006Perc 2006Aantal 2007Totaal 2007Perc 2007
toewijzing IVA 10 3795 0,3 19 4388 0,4
toewijzing WGA 22 5306 0,4 37 5768 0,6
toewijzing WGA volledig ao 23 8906 0,3 34 10464 0,3
afwijzing aanvraag WIA, < 35% ao of geschikt eigen werk 42 11516 0,4 30 11185 0,3
afwijzing aanvraag WIA, herstel 1266 1 1050 0,1    
afwijzing aanvraag WIA, overleden of 65 jaar geworden   7     6  
afwijzing aanvraag WIA, overige redenen 1 1286 0,1 3 1980 0,2
afwijzing aanvraag WIA, reden (nog) onbekend 11 3240 0,3 11 2413 0,5
Overzicht voor 'Diagnosecode' = C610 (8 detailrecords)            
Totalen 109 35322 0,3 135 37254 0,4

6. Preventie 1,7,8

Primaire preventie

  • De primaire preventie speelt een essentiële rol bij ischemische hartziekten, vooral stoppen met (of niet gaan) roken, gezonde voeding en leefstijl, voldoende lichaamsbeweging en geen overgewicht.

  • Behandeling risicofactoren voor het ontstaan van ischemische hartziekten.

  • Antirookbeleid bedrijven.

  • Bewegingsprogramma’s bedrijven.

Secundaire preventie

  • Leefstijladviezen (stoppen met roken, meer bewegen, afvallen bij overgewicht); zie ook paragraaf 1.3.

  • Medicamenteus behandelen van risicofactoren als diabetes mellitus, hypertensie en hypercholesterolemie.

  • Antirookbeleid bedrijven.

  • Bewegingsprogramma’s bedrijven.

Tertiaire preventie

  • Leefstijladviezen; zie ook paragraaf 1.3.

  • Medicamenteus behandelen van risicofactoren als diabetes mellitus, hypertensie en hypercholesterolemie.

  • Antirookbeleid bedrijven.

  • Bewegingsprogramma’s bedrijven.

Literatuur

1. Dijk JL van, Senden PJ. Cardiale Aandoeningen. Serie: Handboek arbeid en belastbaarheid. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2003.
2. Landelijke Transmurale Afspraak Acute Coronaire Syndroom. Huisarts Wet. dec. 2003.
3. Rutten FH, Bohnen AM, Schreuder BP, et al. NHG-Standaard Stabiele angina pectoris (tweede herziening). Huisarts Wet. 2004;47:83-95.
4. Diagnostisch Kompas. Zoekterm: Acuut Coronair Syndroom. College voor zorgverzekeringen.
5. Diagnostisch Kompas. Testbeschrijvingen. College voor zorgverzekeringen.
6. NHG-Standaard Cardiovasculair Risicomanagement (M84) versie 1. 2 juli 2006.
7. Gezondheidsraad. Verzekeringsgeneeskundige protocollen: Aspecifieke rugpijn, Hartinfarct. Den Haag: Gezondheidsraad, 2005; publicatienummer 2005/15.
8. Price AE. Heart disease and work. Heart 2004;90:1077-84.
9. Revalidatiecommissie NHS/NVVC. Richtlijn Hartrevalidatie 2004. Den Haag: Nederlandse Hartstichting 2004. www.hartstichting.nl.
10. Feskens EJM, Merry AHH, Deckers JW, Poos MJJC. Hoe vaak komen coronaire hartziekten voor en hoeveel mensen sterven eraan? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, Gezondheid en ziekte \ Ziekten en aandoeningen \ Hartvaatstelsel \ Coronaire hartziekten, 19 juni 2006.
11. NCvB. Signaleringsrapport beroepsziekte ’06. Amsterdam: NCvB, 2006.
   

Terug    Tip-een-vriend!    Naar boven