Obesitas

Samenvatting

Obesitas is een toenemend probleem. In Nederland heeft 45% van de vrouwen en 35% van de mannen in de leeftijdscategorie 20-59 jaar overgewicht of obesitas. Obesitas is een chronische aandoening met ernstige gevolgen voor de gezondheid. Het draagt bij tot het vóórkomen van diverse ziektebeelden zoals carcinomen, hart- en vaatziekten en diabetes. De oorzaak van obesitas is complex: vetrijke vezelarme voeding, genetische kenmerken, te weinig lichaamsbeweging en toenemende automatisering met als gevolg lichamelijk minder inspannend werk. De behandeling van obesitas is multidisciplinair waarbij een blijvende gedragsverandering ten aanzien van eet- en beweegpatroon van belang is. Er is een duidelijk verband tussen frequent en langdurig verzuim en obesitas. De frequente morbiditeit draagt bij aan beperkingen in het maatschappelijk functioneren waaronder het functioneren in het werk. De bedrijfsarts kan een belangrijke rol spelen bij signalering, voorlichting en preventie.

Algemeen

CAS-code: A640 – adipositas/obesitas

ICD-10-codes: E66.0 – obesity due to excess calories; E66.1 – drug-induced obesity; E66.2 – extreme obesity with alveolar hypoventilation (Pickwickian syndrome); E66.8 – other obesity (morbid obesity); E66.9 – obesity unspecified (simple obesity NOS)

Synoniemen

Adipositas, vetzucht, ernstig overgewicht.

Afbakening ten opzichte van andere aandoeningen

Adiposogenital dystrophy, lipomatosis en Prader-Willi hebben een andere pathogenese en worden niet beschreven in dit lemma.

1. Diagnose en behandeling 1-3

1.1. Definitie

Obesitas is een chronische ziekte die gepaard gaat met zodanige vetstapeling in het lichaam dat gezondheidsrisico’s optreden. Als maat voor de vetmassa wordt gebruikgemaakt van de ‘body mass index’ (BMI; dit is het gewicht in kilogram gedeeld door het kwadraat van de lengte in meters).

Er is sprake van obesitas bij volwassenen bij een BMI van 30 kg/m2 of meer. Een BMI-waarde tussen 25 en 30 kg/m2 wordt aangemerkt als overgewicht.

ClassificatieBMI (kg/m2)Risico op comorbiditeit
Normaal gewicht 18,5-24,9 gemiddeld
Overgewicht 25-29,9 verhoogd
Obesitas    
niveau I 30-34,9 matig
niveau II 35-39,9 ernstig
niveau III (morbide obesitas) >40 zeer ernstig

(Patho)fysiologie

Metabool syndroom

Een van de gevolgen van obesitas en intra-abdominaal vet is de ontwikkeling van het metabool syndroom. Door inactiviteit, in combinatie met voeding met veel verzadigd vet, weinig groente, fruit en vezelrijke producten ontstaan insulineresistentie, dislipidemie en hypertensie. Het metabool syndroom wordt gekenmerkt door een samengaan van metabole afwijkingen die bijdragen aan de ontwikkeling van hart- en vaatziekten, DM type 2 en de complicaties daarvan, galstenen en mogelijk vormen van kanker. Naarmate de BMI stijgt, neemt de comorbiditeit toe.

De diagnose metabool syndroom wordt gesteld als er sprake is van drie of meer van de volgende risicofactoren:

  1. abdominale obesitas;

  2. een serumtriglyceridengehalte van 1,7 mmol/l;

  3. een HDL-serumcholesterolgehalte < 1,0 mmol/l (bij mannen) en < 1,3 mmol/l (bij vrouwen);

  4. hypertensie (>130/85 mmHg);

  5. een nuchter serumglucose gehalte van 6,1 mmol/l.

Pathogenese, etiologie, oorzakelijke c.q. risicofactoren

Vetrijke, vezelarme voeding, een grote energiedichtheid van de voeding, portiegrootte, maaltijdfrequentie (snackgedrag) en onvoldoende beweging dragen bij aan het ontstaan van overgewicht. Een kleine positieve energiebalans leidt over langere perioden tot grote veranderingen in lichaamsgewicht.

Ook genetische factoren spelen een rol; zij kunnen de reactie van een individu op een veranderde energiebalans sterk beïnvloeden en bepalen of energie in het lichaam wordt opgeslagen als vet of als vetvrije massa. Welke genen de gevoeligheid voor het ontstaan van obesitas bepalen, is nog grotendeels onbekend. Bij een kleine groep is een monogenetische afwijking de oorzaak van ernstige familiare obesitas, waarbij op kinderleeftijd ernstig overgewicht ontstaat. 3

1.2. Diagnostiek

Anamnese

  • Klachten: duur overgewicht, cardiovasculaire klachten, galsteen of refluxklachten, verschijnselen passend bij hypothyreoïdie of syndroom van Cushing, klachten van het bewegingsapparaat, klachten die horen bij diabetes mellitus, depressie en psychosociale klachten (stigmatisering en discriminatie).

  • Aanwijsbare oorzaak overgewicht: stoppen met roken, alcoholgebruik, verandering in leefstijl, gebruik van medicatie die samengaat met gewichtstoename (antidepressiva), voedingspatroon, eetbuien en bewegingspatroon.

  • Sociale context: sociaal economische status en opleiding.

  • Voorgeschiedenis: overgewicht op jonge leeftijd en na zwangerschap.

  • Risico-indicatoren: (lagere) sociaaleconomische status en (allochtone) afkomst.

Lichamelijk onderzoek

Lengte en gewicht
  • Stel de BMI vast.

  • Indien BMI > 25: buikomvang meten (= tailleomtrek halverwege de onderste ribbenboog en de bekkenkam). Bij mannen geldt een verhoogd risico op morbiditeit vanaf 94 cm, en een ernstig verhoogd risico vanaf 102 cm. Bij vrouwen zijn deze waarden respectievelijk 80 en 88 cm.

  • Bloeddrukmeting.

Opmerking

Een hoge BMI komt ook voor bij personen met veel spierweefsel.

Aanvullend onderzoek

  • Bij verdenking op metabool syndroom: bloedonderzoek naar nuchter serumglucose, serumtriglyceriden, HDL-serumcholesterolgehalte en leverenzymen.

  • Bij hypertensie: creatinine, kalium, urinesediment en eiwit.

Differentiaaldiagnose

Hypothyreoïdie: gewichtstoename gaat samen met een hese stem, langzaam spreken, bradycardie, droge huid, dun haar, opgezwollen gezicht, uitvallen van wenkbrauwen, opgezwollen oogleden en depressie.

Syndroom van Cushing: overproductie ACTH door een hypofyse- of bijniertumor. Kenmerkend zijn een vollemaansgezicht en vetafzetting op de romp.

1.3. Behandelplan

Medische behandeling

Er is nog geen consensus over een behandelprotocol. In 2004 is er een voorstel voor een richtlijn behandeling van overgewicht en obesitas gepubliceerd, gebaseerd op publicaties over behandeling in de V.S. en een consensus van de European Association for the Study of Obesity. 2

BMI 25-29,9: Indien geen verdere risicofactoren aanwezig zijn, kan volstaan worden met advies het gewicht niet te laten stijgen, onder meer door gezonde voeding en fysieke activiteit. Risicofactoren zijn roken, hypertensie, diabetes mellitus of gestoorde glucosetolerantie, andere aan obesitas gerelateerde klachten of een familieanamnese positief voor overgewicht, hart- en vaatziekten en DM.

Bij een positieve ‘score’ op twee of meer risicofactoren moet de nadruk worden gelegd op verbetering van het metabool profiel. Bij een combinatie van behandelingsmethoden is maatwerk van belang. Afhankelijk van de klachten en comorbiditeit kan gekozen worden voor dieettherapie in combinatie met een bewegingsprogramma en cognitieve gedragstherapie. ‘Very low calorie’-dieetvoedingen kunnen tijdelijk ondersteuning bieden.

BMI ≥ 30: Behandeling wordt voor alle personen met deze BMI-waarde ten zeerste aanbevolen, ongeacht de aanwezigheid van aanvullende risicofactoren. Deze behandeling bestaat uit voedings-, bewegings- en gedragsadviezen en, bij onvoldoende resultaat, uit adjuvante farmacotherapie of chirurgie. Er moet gestreefd worden naar een geleidelijk, matig gewichtsverlies van ongeveer 10% in 6 maanden door een matige beperking van de energie-inname, meer lichaamsbeweging en gedragsverandering. Daarna moet de behandeling gedurende twee jaar gericht zijn op stabilisering van het bereikte lichaamsgewicht en van het voedings- en beweegpatroon.

Als op lange termijn een behoud van 10% gewichtsverlies mogelijk is gebleken, kan in overleg met betrokkene het doel van de behandeling worden aangescherpt.

BMI ≥ 40 of bij ernstige comorbiditeit: Personen die aan dit profiel voldoen, komen in aanmerking voor medicamenteuze of chirurgische behandeling. In alle gevallen moet een gewichtsbeheersingsprogramma worden gevolgd. Als medicatie worden orlistat en sibutramine gegeven. Chirurgische ingrepen zijn bariatrische chirurgie zoals een maagband of een maagbypass, bedoeld om het gewicht te verminderen. Bij ernstige obesitas ligt het gewenste percentage gewichtsverlies op 20-25%.

Voor het behandelen van etnische personen zijn kennis over en vaardigheden in het omgaan met de betreffende cultuur en het voedingspatroon vereist.

Verwijzing naar een diëtist(e) en eventueel naar een gedragstherapeutische instantie voor voedingsadviezen, inzicht in het eigen eetgedrag en verandering hiervan door middel van zelfcontroletechnieken. De behandeling vindt plaats in een groep en er wordt ook aandacht besteed aan de eetgewoonten in het gezin. (Zie ook par. 2.3 en www.artsenwijzer.nl.)

Preventieve adviezen (leefstijl)

Om af te vallen en een gezond gewicht te behouden is een levenslange verandering in gedrags-, eet- en beweegpatroon noodzakelijk. Men moet zich bewust worden van het eigen eet- en beweeggedrag.

  • Gezonde voeding bestaat uit weinig vet, veel groente, fruit en vezels.

  • Calorierijke snacks zoals chips, chocola en koek moeten beperkt worden.

  • Alcohol bevalt veel calorieën en overmatig gebruik draagt bij tot het ontstaan van overgewicht.

  • Per dag is 30-60 minuten lichaamsbeweging, zoals wandelen in een flink tempo, nodig om gewicht te verliezen.

Adviezen over leefstijlverandering moeten:

  • zo veel mogelijk aansluiten bij iemands normale patroon;

  • uitgaan van iemands intrinsieke motivatie;

  • rekening houden met persoonskenmerken en persoonlijke voorkeuren;

  • eenvoudig uitvoerbaar zijn;

  • doelmatig zijn met stimulerende doelstellingen.

Ook de sociale omgeving (familie, collega’s, enz.) heeft invloed op de leefstijl; hun steun kan bijdragen aan het doorvoeren van veranderingen.

Preventieve maatregelen (werkgebonden)

Obesitas en overgewicht leiden tot verzuim, arbeidsongeschiktheid en hoge kosten.

De bedrijfsarts kan een belangrijke rol spelen bij het bevorderen van een gezonde leefstijl en werkomgeving door:

  • voorlichting te geven aan werkgevers en werknemers over de gevolgen van obesitas;

  • bedrijven te stimuleren een gezondheidsbeleid te voeren; en

  • overgewicht en obesitas te signaleren en te bespreken tijdens verzuim- en arbeidsomstandighedenspreekuren.

1.4. Prognose medisch herstel 2,4

Obesitas ontwikkelt zich over langere tijd. Gewichtsverlies na behandeling is meestal niet blijvend. Obesitas wordt beschouwd als een chronische aandoening die continu moet worden behandeld. Een blijvend gewichtsverlies van 10-15% wordt als een succesvolle behandeling beschouwd. Door een combinatie van dieet, bewegen en medicatie wordt gemiddeld 3-5 kg gewichtsverlies bereikt.

Voorspellende factoren die prognose op het ontstaan van obesitas positief of negatief beïnvloeden:

  • Psychische en sociale factoren:

    • eet- en beweeggedrag;

    • intrapersoonlijke factoren: zie paragraaf 2.4;

    • een obesogene omgeving die veel eten en weinig beweging stimuleert, bepaalt mede welke individuen obesitas ontwikkelen.

  • Medicamenteuze en chirurgische behandeling: hebben een gunstige uitwerking op gewichtsverlies, kwaliteit van leven en verbetering van gezondheidsfactoren. Bariatrische chirurgie leidt tot een gewichtsverlies van gemiddeld 20 kg, 8 jaar na de operatie.

  • Het geven van borstvoeding vermindert de kans op gewichtstoename van vrouwen na een zwangerschap.

1.5. Belemmeringen medisch herstel 1,2,5

Comorbiditeit

Comorbiditeit kan de functionele mogelijkheden verder beperken. Voor de comorbiditeiten diabetes mellitus, hypertensie en depressie wordt verwezen naar de desbetreffende lemma’s.

Andere comorbiditeiten zijn:

  • maligniteiten van mammae, ovaria, uterus, prostaat, colon en galblaas;

  • galstenen, artrose, slaapapneusyndroom, 1 jicht, 2 infertiliteit, menstruatiestoornissen, foetale defecten (vanwege noodzakelijk medisch handelen en fysieke beperkingen);

  • dementie;

  • artrose (vanwege verminderde mobiliteit);

  • psychiatrische aandoeningen als depressie (vanwege bijwerking van antidepressiva);

  • immuunziekten (vanwege bijwerkingen van langdurig gebruik van prednison).

Complicaties

  • Bijwerkingen van ‘(very) low calory’-diëten, zoals obstipatie, koude-intolerantie, haaruitval, hyperurikemie en galstenen.

  • Metabool syndroom: zie onder paragraaf 1.1, Pathofysiologie.

  • Leefstijlfactoren: zie onder paragraaf 1.1, Pathogenese, etiologie, oorzakelijke c.q. risicofactoren.

  • Psychische en sociale problemen.

  • Werkgerelateerde factoren: zie paragraaf 2.5.

2. Re-integratie

2.1. Diagnostiek arbeidsmogelijkheden 1,6,7

Algemeen

  • Aandachtspunten bij arbeidsanamnese: soort werk, branche, hoeveelheid beweging tijdens werk, ploegendienst, werkverband (part-time, full-time), eetgedrag op het werk en thuis, hoeveelheid zittende activiteiten in pauze en vrije tijd, mogelijkheid om te sporten op het werk, vastgestelde comorbiditeit.

  • Vaststellen blootstelling: obesitas komt het meest voor in de transportsector, in de voedings- en genotsmiddelenindustrie en in de bouw; zie verder www.arbo-online.nl bij Gezondheidsmanagement. Beroepstakken met een hoog risico zijn: beleidvoerende en hogere leidinggevende functies en commerciële functies.

Diagnostische hulpmiddelen

Vragenlijsten over voedingspatroon (bijv. hoeveel stuks fruit of hoeveel glazen vruchtensap worden per dag geconsumeerd?) zijn te vinden op www.ggdkennisnet.nl.

Werkplekonderzoek (RI&E)

Aandachtspunten: aanbod gezonde voeding in het bedrijfsrestaurant, bedrijfsbewegingsprogramma’s.

Bekende conditionele relaties

Zittend werk, langdurige blootstelling aan chronische stress op het werk vergroot de kans op het ontstaan van metabool syndroom.

Bekende causale relaties/beroepsziekte

Bij het NCvB is in 2006 één melding geweest van obesitas als beroepsziekte, van een opperman in de bouw.

Opmerkingen met betrekking tot diagnostiek

Geen.

2.2. Functionele mogelijkheden

De te verwachte beperkingen bij overgewicht en obesitas worden bepaald door omvang en gewicht van de werknemer en zijn voornamelijk te vinden in de rubrieken III (aanpassing aan fysieke omgevingseisen), IV (dynamische handelingen) en V (statische houdingen). Het gaat om de volgende items:

FML-itemRubriek
Hitte III-1
Beschermende middelen III-5
   
Buigen IV-10
Frequent buigen tijdens het werk IV-11
Torderen IV-12
Tillen of dragen IV-14
Lopen tijdens het werk IV-18
Trappenlopen IV-20
Klimmen IV-21
Knielen of hurken IV-22
   
Zitten tijdens het werk V-2
Staan tijdens het werk V-4
Gebogen en/of getordeerd actief zijn V-6

2.3. Re-integratieplan 2,6,8,9

Als obesitas geleid heeft tot verzuim en disfunctioneren, moet dit worden beschreven in de probleemanalyse. Het is belang de probleemanalyse spoedig op te stellen: de behandeling van obesitas kan jaren duren en ook het eventueel inrichten van (en werken op) een aangepaste werkplek vergt tijd.

Op grond van de probleemanalyse formuleert de bedrijfsarts het re-integratieplan. In het re-integratieplan wordt ook aandacht besteed aan de volgende aspecten:

  • voorlichting aan (leidinggevende en) collega’s

    • uitleg over de chroniciteit van de aandoening,

    • oproep tot sociale ondersteuning van de medewerker die een dieet volgt;

  • stimuleren van voldoende beweging op de werkplek;

  • (bij uitblijven gewichtsverlies) aanpassing van de werkplek.

Persoonsgerichte adviezen

  • De verzuimende medewerker moet zich inspannen om gewicht te verliezen. De bedrijfsarts adviseert op welke manier hij of zij hierbij ondersteund kan worden. Een andere mogelijkheid is verwijzing naar een diëtist of specifieke interventieprogramma’s (zie verderop in de tekst) en stimulering van meer activiteit thuis en op de werkplek.

  • De bedrijfsarts dient zich wel te verdiepen in de motivatie van de werknemer om daadwerkelijk veranderingen in de leefstijl aan te brengen: bij het ontbreken van motivatie is de kans op een succesvolle behandeling gering. Een effectieve begeleiding vraagt om een activerende benadering door de bedrijfsarts. Zie voor een cursus activerend benaderen www.nspoh.nl.

  • Coping, omgaan met: bij psychische klachten en onvoldoende mogelijkheden om het eetpatroon te veranderen wordt cognitieve gedragstherapie geadviseerd. De therapie is gericht op het bereiken van een gedragsverandering en het anders leren denken en omgaan met eten en bewegen. Deze therapie is onderdeel van de multidisciplinaire benadering die in obesitasklinieken gebruikt wordt. Cognitieve therapie moet gecombineerd worden met dieet en meer bewegen.

  • Graduele, tijdcontingente re-integratie bij verzuim: niet van toepassing.

  • Specifieke revalidatie- of interventieprogramma’s: zelfhulpgroepen, gericht op het verhogen van de mentale of fysieke weerbaarheid kunnen behulpzaam zijn bij het bereiken en handhaven van gewichtverlies. Een online-obesitastherapie is te vinden op www.mesos.nl of www.newhabits.nl. Ook bestaan er speciale obesitasklinieken.

Werkgerichte adviezen

Werkplek, werkorganisatie en takenpakket zo inrichten dat werknemers meer kunnen bewegen.

Recentelijk is door het onderzoekscentrum mailto:Body@Work%2Cwaarin TNO en VUmc samenwerken, een onderzoek gestart naar het effect van een counselingprogramma op het werk; zie: www.alifeatwork.nl. Van diverse bedrijven krijgen 1500 werknemers informatie aangeboden over voeding, lichaamsbeweging en overgewicht. De informatie wordt aangeboden op verschillende manieren variërend van foldermateriaal tot persoonlijke counseling. De eerste resultaten zijn positief; de aanpak heeft daadwerkelijk geleid tot gewichtsverlies onder de deelnemers. Resultaten op langere termijn zijn nog niet bekend.

2.4. Prognose herstel belastbaarheid 2,10

  • Hersteltijden voor verschillende soorten activiteiten: Een gewichtsverlies van 0,5-1 kg per week is verantwoord. De totale duur van gewichtsverlies is afhankelijk van het begingewicht. Bij ernstige obesitas wordt 6 maanden gestreefd om gewicht te verliezen alvorens wordt overgegaan tot chirurgie.

  • Prognostische factoren: Herstel en behoud van de belastbaarheid zijn gerelateerd aan het bereiken van een gezond gewicht. Het wel of niet behouden van bereikte gewichtsafname wordt geassocieerd met de volgende factoren:

(Behoud) gewichtsafnameGewichtstoename
• Streefgewicht bereikt hebben • Obesitas wijten aan medische oorzaken door cliënt
• Grotere initiële gewichtsafname • Cyclisch gewichtsverlies en -toename
• Fysiek actieve leefstijl • Zittende leefstijl
• Regelmatig maaltijdpatroon • Hongergevoel
• Ontbijt, minder snacks, gezonde voeding • Binge eating (boulimia)
• Zelfcontrole over eetpatroon • Eten als reactie op stress
• Goede coping-eigenschappen • Matige coping-eigenschappen
• In staat zijn om met verlangen naar eten om te gaan • Externe motivatie gewichtsverlies
• Autonomie • Psychosociale stressoren
• Zelfvertrouwen • Gebrek aan zelfvertrouwen
• Stabiliteit in het leven • Weinig sociale ondersteuning
● Mogelijkheid om hechte relaties aan te gaan ● Psychopathologie

2.5. Belemmeringen herstel belastbaarheid/werkhervatting

Werkgebonden belemmeringen

  • Overmatig transpireren kan leiden tot klachten van collega’s.

  • Blijvend overgewicht kan leiden tot problemen op werkplekken zoals auto’s, vorkheftrucks, bureaustoelen.

Persoonsgebonden belemmeringen

  • Het niet bereiken van een gedragsverandering en het anders leren omgaan met eten en bewegen.

Belemmeringen in de thuissituatie

  • Een sociale omgeving zoals het gezin dat niet meeverandert in het veranderende eet- en beweegpatroon van de werknemer.

  • Gedragsverandering omvat ook het aanpassen van de vrijetijdbestedingen zoals het oppakken van een sport. Dit is minder goed vol te houden als de veranderingen niet aansluiten bij het normale gedragspatroon, en de sociale omgeving moeite heeft dit gedrag te accepteren.

3. Epidemiologie 1,11-14

Prevalentie: obesitas (BMI ≥ 30)

 ManVrouwTotaal
Prevalentie 10% 13% 11,5%
Arbeidsgebonden deel prevalentie
WAO-instroom (jaar)      
Beroepsziekten      
Toelichting en opmerkingen
  • In Nederland heeft 45% van de vrouwen en 35% van de mannen van 20-59 jaar overgewicht of obesitas. Obesitas wordt gezien bij ongeveer 10% van de volwassen bevolking.

  • Er is een relatie tussen obesitas en sociaaleconomische status, en culturele achtergrond. De kans op overgewicht is groter bij mensen met lager onderwijs (17%) dan bij mensen met een hogere beroepsonderwijs of een universitaire opleiding (4%). Bij Turkse mannen en vrouwen en bij Marokkaanse vrouwen boven de 35 jaar komt meer overgewicht voor dan bij de autochtone Nederlandse bevolking.

  • In 2004 en 2005 is obesitas niet als beroepsziekte gemeld, in 2006 één keer.

  • Van de Nederlanders boven de 12 jaar bewoog 45% in 2006 niet genoeg volgens de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Dat was evenveel als in 2005. Van personen die wel voldoende bewegen, haalt 70% dat vooral uit lichamelijke activiteiten in vrije tijd en sport.

  • Leeftijd: De prevalentie van overgewicht en obesitas neemt in alle leeftijdsgroepen toe.

  • Mortaliteit: Obesitas wordt niet als oorzaak van mortaliteit aangegeven, wel de comorbiditeit zoals hart- en vaatziekten. Van de diabetes is 58% toe te schrijven aan een BMI boven de 25, van ischemische hartaandoeningen 21%, en van bepaalde maligniteiten 8-42%.

  • Trends: In 2006 kampte ruim 46% van de volwassenen met overgewicht. Dat is meer dan in 2005 en evenveel als in 2004. Nog steeds is er sprake van een stijgende trend in het aantal volwassenen met overgewicht. Ook ten aanzien van obesitas is de stijgende trend in 2006 bestendigd. Vooral vrouwen kampen met ernstig overgewicht. Bijna 13% van de vrouwen was in 2006 veel te dik. Het percentage mannen met ernstig overgewicht ligt al enkele jaren op 10%.

  • Ongeveer 10% van de kosten van verzuim en verminderde productiviteit wordt veroorzaakt door obesitas. De directe kosten voor de gezondheidszorg zijn berekend op 505 miljoen euro, de indirecte kosten op 2 miljard euro.

  • Risicovolle beroepen: ambachten, industrie, transport- en verwante functies, beleidsvoerende en hogere leidinggevende functies, administratieve functies.

  • Risicovolle sectoren: voedings- en genotsmiddelenindustrie, bouw- en installatiebedrijven, metaalindustrie, aardolie-, rubber- en chemische industrie, vervoer (openbaar), transport, vrachtvervoer.

4. Verwijzen en samenwerken

  • De huisarts verwijst door naar de bedrijfsarts indien er een positief antwoord is op twee vragen: ‘Denkt u dat de klachten te maken hebben met het werk?’ en ‘Verergeren de klachten op het werk?’

  • Overleg tussen behandelaar en bedrijfsarts is geïndiceerd bij tegenstrijdige adviezen van behandelaar en bedrijfsarts. In alle gevallen moet vermeden worden dat de patiënt tegenstrijdige adviezen krijgt en is afstemming tussen de behandelaar en de bedrijfsarts gewenst.

Specifieke verwijsindicaties

  • De bedrijfsarts kan verwijzen voor behandeling als de obesitas het functioneren op de werkplek belemmert of op verzoek van een werknemer.

  • De bedrijfsarts kan verder verwijzen naar een cognitief gedragstherapeut en/of naar een bewegingsprogramma, een diëtist of naar een obesitaskliniek.

  • De behandelend arts verwijst naar de bedrijfsarts indien er een indicatie is voor werkgerelateerde factoren.

5. Verzuimreferentieduren 15

De referentiegegevens voor de verzuimduur per lemma zijn gebaseerd op verzuimgegevens van vier arbodiensten van verzuimgevallen die in 2004 of in 2005 zijn beëindigd. Omdat in veel gevallen er pas bij 6 weken verzuim een diagnose door een bedrijfsarts is genoteerd hebben we alleen verzuimgevallen die minimaal 43 dagen duren meegenomen. In totaal waren dit 244.995 gevallen. Waarvan 118090 mannen en 126905 vrouwen. Het aantal vrouwen in onze groep ligt dus iets hoger.

In de grafiek met uitstroomcurven is weergegeven welk deel van de verzuimgevallen het werk hervat binnen een bepaalde periode. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de eerste hervatting (groene lijn), 50% hervatting (blauwe lijn) en volledige werkhervatting (rode lijn). Rond iedere lijn zijn met stippellijntjes (in dezelfde kleur) de onzekerheidsmarges ( 95%-betrouwbaarheidsinterval)  weergegeven.

De tabel met kengetallen geeft het gemiddelde aantal weken tot de werkhervatting weer. Bovendien is het 25e percentiel, de mediaan en het 75e percentiel gegeven. Deze geven respectievelijk aan na hoeveel weken 25% van de werknemers met de betreffende aandoening het werk heeft hervat, 50% het werk heeft hervat en 75% het werk heeft hervat. Er kan een verschil zijn tussen de steekproefomvang (valid N) in de eerste, tweede en derde kolom omdat niet bij alle verzuimgevallen er eerst een gedeeltelijke hervatting heeft plaatsgevonden of de datum daarvan onbekend is.

Als laatste is aangegeven het % tot de totale gevallen

De laatste grafiek geeft de uitstroom per maand weer voor volledige werkhervatting.

Wia instroom

Voor deze tabel zijn data van het UWV gekregen. U ziet het totale aantal beslissingen dat in 2006 en 2007 is genomen in de betreffende categorie.

Algemene gegevens :

Alle diagnoses gezamenlijk

 Aantal weken tot eerste hervattingAantal weken tot 50% hervattingAantal weken verzuim
Gemiddeld 10,94 15,42 24,39
Percentiel 25 1 6 10
Mediaan 6 10 16
Percentiel 75 13 17 27
Valid N 185.778 195.689 244.995

N.B. De verzuimduren hebben betrekking op verzuimgevallen van 43 dagen en langer.

Figuur.

Ruim 50 % van het verzuim langer dan 6 weken herstelt de eerste 4 maanden, 40 % herstelt in de loop van het eerste ziektejaar en ongeveer 10 % herstelt na 1 jaar.

Figuur.

Figuur.

Obesitas is blijkbaar maar zelden een oorzaak voor verzuim, er zijn maar 54 meldingen waardoor ook de grafieken minder betrouwbaar zijn .Vaker zien we obesitas als complicerende factor of uitlokkende factor bij andere ziektebeelden ( diabetes, hart vaat ziekten)

Toch komen er ieder jaar ongeveer 20 mensen in de WGA/WIA met deze diagnose

37 Obesitas

 Aantal weken tot eerste hervattingAantal weken tot 50% hervattingAantal weken verzuim
Gemiddeld 7,06 10,35 18,17
Percentiel 25 1 6 9
Mediaan 6 8 11
Percentiel 75 11 11 15
Valid N 40 46 54
%totaal 0.02    

N.B. De verzuimduren hebben betrekking op verzuimgevallen van 43 dagen en langer.

Mannen 19 vrouwen 35

omschrijvingaantal 2006Totaal 2006Perc 2006Aantal 2007Totaal 2007Perc 2007
toewijzing IVA 3 3795 0,1 4 4388 0,1
toewijzing WGA 4 5306 0,1 2 5768 0
toewijzing WGA volledig ao 14 8906 0,2 15 10464 0,1
afwijzing aanvraag WIA, < 35% ao of geschikt eigen werk 14 11516 0,1 19 11185 0,2
afwijzing aanvraag WIA, herstel 1266 3 1050 0,3    
afwijzing aanvraag WIA, overleden of 65 jaar geworden   7     6  
afwijzing aanvraag WIA, overige redenen 1 1286 0,1 2 1980 0,1
afwijzing aanvraag WIA, reden (nog) onbekend 7 3240 0,2 2 2413 0,1
Overzicht voor 'Diagnodecode' = A640 (8 detailrecords)            
Totalen 43 35322 0,1 47 37254 0,1

6. Preventie 1,16

Primaire preventie

  • Voor preventie van overgewicht moeten inname en gebruik van energie op elkaar worden afgestemd.

  • Obesitas is een complex probleem dat bepaald wordt door individuele, sociale en maatschappelijke factoren. Voor preventie is een multifactoriële aanpak noodzakelijk zoals interventieprogramma’s bij kinderen en adolescenten om eet- en beweeggedrag te beïnvloeden.

Secundaire preventie

  • PAGO/PMO-indicatie. Werkgevers kunnen diverse preventieve maatregelen nemen om overgewicht en obesitas te voorkomen. Bij branches en sectoren met een verhoogd risico is een Preventief Medisch Onderzoek (PMO) geindiceerd. Een deel van de mannen met overgewicht is zich hier niet van bewust, en heeft behoefte aan voorlichting over het belang van gezond gewicht.

  • Door 15 partners, waaronder MKB Nederland, VNO/NCW en zorgverzekeraars Nederland, is in 2005 het Convenant overgewicht afgesloten. Hierin zijn afspraken gemaakt voor het bevorderen van kennis over overgewicht en een gezonde leefstijl. Voor bedrijven is het mogelijk om een erkenning ‘Gezond in Bedrijf’ aan te vragen, waarbij er in het bedrijfsrestaurant voldoende aanbod van gezonde, redelijke geprijsde voedingsproducten moet zijn. Andere acties zijn: ‘Gezond in Beweging’ waarbij werknemers begeleid worden naar het deelnemen aan bedrijfsfitness.

  • Werkgevers kunnen als onderdeel van een gezondheidsbeleid diverse maatregelen nemen, zoals korting op lidmaatschap sportscholen, wandelroutes op bedrijventerreinen, weegschalen plaatsen in kleedkamers of toiletten, stappentellers, vrijwillige of verplichte deelname aan gewichtsbeheersingsprogramma’s, fitnessprogramma op de werkplek, bonussen voor gezond gewicht.

Tertiare preventie

  • Macroniveau: prijsbeleid, ontwikkeling koopkracht, mechanisering, automatisering, vervoerssysteem, stedenbouw. Politieke maatregelen als een reclameverbod op snacks en een vestigingsbeleid voor fastfoodketens.

  • Microniveau: aanbod in winkels, schoolkantines en bedrijfsrestaurants, verlaging verzekeringspremie bij gezond gewicht.

Zie voor preventie ook: www.voedingscentrum.nl.

Noten

1.

Slaapapneu leidt tot slaperigheid overdag met een verhoogd risico op concentratieproblemen en ongevallen.

2.

Gewrichtsklachten als jicht beperken de mogelijkheden tot langdurig lopen en staan.

Literatuur

1. Gezondheidsraad. Overgewicht en obesitas. Den Haag: Gezondheidsraad, 2003; publ nr 2003/07, www.gr.nl.
2. Zelissen PJM, Mathus-Vliegen EMH. Behandeling van overgewicht en obesitas bij volwassenen: voorstel voor een richtlijn. Ned Tijdschr Geneeskd. 2004;148(42):2060-6.
3. Farooqi IS, O’Rahilly S. Genetic factors in human obesity. Obes Rev. 2007;8:37-40.
4. Jain A. Treating obesity in individuals and populations, a clinical review.Br Med J. 2005;331:1387-90.
5. Whitmer RA, Gunderson EP, Barrett-Connor E, et al. Obesity in middle age and future risk of dementia: a 27 year longitudinal population based study. Br Med J. 2005;330; 1360.
6. TNO rapport KvL/BG/2006.012. Bewegen gemeten, 2000-2004.
7. Chandola T, Brunner E, Marmot M. Chronic stress at work and the metabolic syndrome: prospective study. Br Med J. 2006;332:521-5.
8. http://www.ggdkennisnet.nl/; trefwoorden: vragenlijst, voeding.
9. Wier MF van, Ariens GA, Dekkers JC, et al. ALIFE@work: a randomised controlled trial of a distance counselling lifestyle programme for weight control among an overweight working population. BMC Publ Health. 2006;6:140.
10. Elfhag K, Rossner S. Who succeeds in maintaining weight loss? A conceptual review of factors associated with weight loss maintenance and weight regain. Obes Rev. 2005;6(1):67-85.
11. www.nationaalkompas.nl; trefwoord: obesitas.
12. www.cbs.nl; trefwoord: obesitas.
13. www.rivm.nl; trefwoord: obesitas.
14. www.who.int; trefwoord: obesitas.
15. Moreau M, Valente F, Mak R, et al. Obesity, body fat distribution and incidence of sick leave in the Belgian workforce: the Belstress study. Int J Obes. 2004;28:574-82.
16. Chapman LS. Reducing obesity in work organizations. The art of health promotion. Am J Health Prom. September/October 2004;1-12, Criteria Uitgever.
   

Terug    Tip-een-vriend!    Naar boven